Het meisje in de gang
- Ilse Wapenaar
- 8 mrt
- 4 minuten om te lezen
Over oude patronen en hoe ze ontstaan
Soms draag je het verleden nog met je mee. Niet als een duidelijke herinnering die steeds op de voorgrond staat maar als een gevoel. Een stemmetje. Een automatische reactie op bepaalde situaties.
Veel van die patronen ontstaan al vroeg in ons leven. Sommige ervaringen uit onze kindertijd laten diepe sporen na. Niet altijd omdat ze zo groot of dramatisch waren maar juist omdat ze zich herhaalden. Woorden, blikken of situaties die zich langzaam vastzetten in je systeem. En die ongemerkt bepalen hoe je later naar jezelf kijkt.
Dit is mijn verhaal.

Het meisje in de gang
āGa jij maar even in de gang zitten. Dan wordt de lesstof zo nog extra aan je uitgelegd.ā
Die woorden hoorde ik regelmatig op de basisschool.
Er was een meisje van tien dat de lesstof niet zo goed begreep als de rest. Dat meisje was ik.
Als ik iets niet begreep, werd ik vaak op de gang gezet. Later kwam er dan een klasgenootje bij zitten, iemand die het wƩl snapte , om het nog eens aan mij uit te leggen.
Ik was tien jaar. Onzeker. Stil. Anders.
En langzaam ontstonden er woorden die ik tegen mezelf ging zeggen:
Ik ben niet slim
Ik ben raar
Ik kan het niet
De gang was voor mij een verwarrende plek. Want dat was ook de plek waar kinderen naartoe moesten als ze straf hadden gekregen. Dus ergens in mij ontstond een gevoel:
Ik krijg straf omdat ik het niet begrijp.
Natuurlijk kijk ik daar nu anders naar. Een leerkracht doet zijn best. Een klasgenoot heeft ook zijn eigen rol en verhaal. Maar dit was mijn beleving als kind.
Het meisje dat als laatste overbleef
Tijdens de gymles gebeurde er iets soortgelijks.
Er werden twee groepen gemaakt. En dan begon het kiezen.
EƩn voor ƩƩn werden namen genoemd. Tot er nog maar ƩƩn iemand overbleef.
Ik.
Soms werd er zelfs even overlegd tussen de teams.
āNeem jij haar?ā "Of moeten wij?ā
Het zijn kleine momenten. Maar voor een kind kunnen ze groot voelen.
Langzaam ontstond er een beeld van mezelf.
Het meisje dat niet zo goed kon leren.
Het meisje dat niet zo goed kon gymmen.
Het meisje dat een beetje anders was.
Ā
De Cito-toets
De Cito-toets was voor mij een nachtmerrie.
Ik weet nog goed dat ik de nacht ervoor bijna niet sliep. Ik lag wakker. Ik huilde. Ik was bang.
Bang voor precies datgene wat uiteindelijk ook gebeurde.
De uitslag was zo laag dat ik als enige van de klas naar een andere middelbare school moest. Mijn klasgenoten gingen samen verder.
Ik niet.
Het voelde pijnlijk. En ook een beetje gĆŖnant.
Daar was het weer: Zie je wel. Ik ben niet goed genoeg.
Ā
Overlevingsmechanismen
Als kind probeer je te overleven in de wereld om je heen.
En daarvoor ontwikkel je strategieƫn.
Voor mij werd dat: stil worden.
Ik dacht: als ik niets zeg, kan ik ook niets verkeerd zeggen.
Als ik mij niet laat zien, kan ik ook niet opvallen.
Dus ik hield mij stil. In de klas. In groepen. In gesprekken.
Niet opvallen voelde veiliger.
Dit werd langzaam een patroon.
Ik ging steeds meer dingen zelf doen. Ik mengde mij minder in groepen. Ik durfde mijn mening minder te uiten. Niet omdat ik niets te zeggen had maar omdat ik diep van binnen geloofde dat wat ik zou zeggen toch niet goed genoeg zou zijn.
Dit zijn typische overlevingsmechanismen. Patronen die ooit helpend waren maar die je later kunnen beperken.
Ā
Het stemmetje dat blijft
Inmiddels ben ik een volwassen vrouw.
Ik heb mijn talenten ontdekt. Ik weet waar ik blij van word. Waar mijn kracht ligt.
En toch, bij bepaalde momenten kwam dat oude stemmetje soms weer terug.
Bij een verjaardag. Bij een bijeenkomst. Bij een gesprek.
Je kunt het niet
Je snapt het niet
Je bent raar
Dat zijn geen feiten. Dat zijn oude overtuigingen.
Overtuigingen die ooit zijn ontstaan bij een meisje van tien dat gewoon iets meer tijd nodig had. En misschien ook een andere manier van leren.
Ā
Anders kijken
Inmiddels weet ik:
Ik ben niet raar. Ik ben hooggevoelig.
Ik ben niet dom. Ik verwerk informatie gewoon op mijn eigen manier.
En juist die gevoeligheid is later een kracht geworden.
Het helpt mij om mensen echt te zien. Om te voelen wat er onder de oppervlakte speelt.
Ā
Patronen herkennen
In mijn holistische praktijk Ik Luister kijk ik vaak samen met mensen naar dit soort patronen.
Niet om schuld te zoeken. Maar om bewustzijn te creƫren.
Want patronen ontstaan vaak in een periode waarin we nog klein zijn. Waarin we simpelweg proberen om ons staande te houden.
Maar de vraag is:
Dienen deze patronen je vandaag nog?
Of houden ze je klein, terwijl je allang gegroeid bent?
Ā
Je hoeft niet meer in de gang te zitten
Soms leven we nog steeds alsof we dat kind van vroeger zijn.
Alsof we nog steeds op de gang zitten. Alsof we nog steeds moeten bewijzen dat we goed genoeg zijn. Maar dat hoeft niet meer.
Je mag jezelf laten zien. Je mag ruimte innemen. Je mag spreken.
Precies zoals je bent.
Ā



Opmerkingen